Met de gemeenteraadsverkiezingen van maart in zicht schuift het CDA een herkenbaar gezicht naar voren. Rogier Havelaar, sinds 2019 actief in de Amsterdamse politiek en inmiddels twee jaar fractievoorzitter in de gemeenteraad, trekt de lijst. Zijn route begon in de commissie Wonen en Openbare Ruimte. Regelmatig bezoekt hij stadsdelen, waaronder deze week Oost.
Op woensdag 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen, het vierjaarlijkse hoogtepunt van de lokale democratie. Tegelijkertijd is ook de verkiezing voor leden van de stadsdeelcommissie.
oost-online stelt de kandidaten in Oost aan je voor.
Arie Martijn Schenk
Na het vertrek van Diederik Boomsma naar Den Haag volgde een onverwachte stap naar het raadswerk. ‘Ineens zat ik daar als eenmansfractie. Dan moet je snel schakelen en tegelijk koers houden.’
Havelaar studeerde filosofie aan de Vrije Universiteit, organisatiewetenschappen in Tilburg, en ontwikkelde zich tot organisatiesocioloog, schrijver en adviseur. In de raad zoekt hij nadrukkelijk verbinding tussen beleid en dagelijks leven. ‘Politiek raakt pas echt als je ziet wat regels doen in de praktijk. Daarom wil ik het gewone leven verbinden met de wereld van bestuur.’
Van eenmansfractie naar bredere beweging
Het CDA telt in Amsterdam één zetel, maar volgens Havelaar groeit rond die zetel een bredere groep betrokken Amsterdammers. ‘Vanaf dag één wilde ik meer mensen om me heen verzamelen. In de commissie zitten sterke CDA’ers met hun eigen expertise. Zo bouw je stap voor stap aan inhoud én draagvlak.’
De eerste periode vroeg vooral om scherpte. ‘Ik kende alleen mijn eigen begroting uit de commissie en wilde geen fouten maken toen ik halverwege de periode in de raad kwam. Mensen stemmen op het CDA vanwege herkenbare punten. Die merkvastheid blijft leidend: eerlijke erfpacht, aandacht voor mooie architectuur en financiën die op orde blijven.’
Politiek buiten het stadhuis
Om los te komen van de bestuurlijke bubbel zoekt Havelaar de stad actief op. Hij stopte met zijn vaste baan en werkt nu als zelfstandig adviseur naast het raadswerk. Belangrijker vindt hij het meelopen in de praktijk. ‘Behandel me maar als uitzendkrach’, zegt hij wanneer hij een dag meedraait bij gemeentelijke diensten of bedrijven. Van vuilnisroutes tot zorginstellingen: overal verzamelt hij verhalen uit de uitvoering.
Soms leidt dat tot concrete inzichten. Zo bakte hij een avond friet in de Korte Leidse Dwarsstraat en zag hoe afvalregels botsen met de werkelijkheid van een klein souterrain vol vuilniszakken. ‘Dan merk je hoe abstract beleid uitpakt in de praktijk. Dáár begint voor mij politiek. De burgemeester lachte al toen ik het punt inbracht.’
In de aanloop naar de verkiezingen logeert hij bovendien tijdelijk in verschillende wijken, van Osdorp tot Amsterdam-Noord. Door enkele dagen tussen bewoners te leven wil hij een eerlijk beeld krijgen van leefbaarheid en veiligheid. ‘Als volksvertegenwoordiger moet je niet alleen praten óver buurten, maar er ook middenin staan.’
Bezoek aan Oost
De afgelopen dagen trok Rogier Havelaar door Oost om ondernemers, bewoners en organisaties te ontmoeten. Hij sprak met de ondernemers in de Eerste van Swindenstraat, Dapperstraat Dapper en de nieuwe Marktadviescommissie van de Dappermarkt.
Hij hielp mee in de pakketwinkel van Kelly Kruishaar in de Javastraat en draaide een shift bij een barakraam en viskraam op de Dappermarkt. Ook liep hij mee met de gebruikersbus in het Oosterpark, sprak met de gebiedsontwikkelaar van het Amstelkwartier en kookte en at in buurtrestaurant De Kraaipan. Een druk programma wat hij in drie dagen Oost afwerkte.
Daarnaast bezocht hij de bouwkeet bij het Alexanderplein, BOOST, voorschool Lidwina en Buurtteam Amsterdam-Oost. In het Flevopark wandelde hij met de Vrienden van het Flevopark, gevolgd door een rondleiding op Science Park en een bezoek aan sportpark Middenmeer en WV-HEDW. Tijdens het inloopspreekuur van Buurthulp Oost sprak hij bewoners bij de buurtlunch en zijn bezoek eindigde met bezoek aan de conducteur op tram 26 naar IJburg.
‘Het is niet alleen heel leuk, maar ook heel eervol en leerzaam om op zo veel plekken in Oost een kijkje in de keuken te mogen nemen’, vertelt Rogier. ‘Of het nou gaat om koken bij BOOST of Bara’s bakken en vis verkopen op de Dappermarkt. Ik leer er veel van over hoe gemeentebeleid in de praktijk werkt en leer om de stad door de ogen van de bewoners te blijven bekijken.’
Wonen, leefbaarheid en sociale samenhang
In het programma richting 2026 ligt de nadruk op woningbouw voor gezinnen, herstel van balans in de openbare ruimte en een stevige aanpak van overlast. Tegelijk klinkt een sociaal geluid. Het CDA pleit voor een stad waarin bewoners opnieuw naar elkaar omkijken, met extra aandacht voor kwetsbare jongeren en een sterke positie voor gezinnen.
Veiligheid op straat en financieel degelijk bestuur vormen daarbij vaste pijlers. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van afgelopen najaar benadrukte de partij opnieuw dat gezonde stadsfinanciën noodzakelijk blijven voor elke maatschappelijke keuze. Ook de erfpachtproblematiek vraagt volgens Havelaar om transparantie en rechtvaardigheid.
Sport als fundament van de stad
Binnen het verkiezingsprogramma krijgt sport een opvallend prominente plek. Volgens het CDA vormt sport een motor voor gezondheid, ontmoeting en sociale samenhang. Verenigingen verdienen structurele steun, zowel financieel als organisatorisch. Iedereen moet dichtbij huis kunnen bewegen, van jeugd tot ouderen.
Havelaar ziet bovendien ruimte voor andere begrotingskeuzes. Waar cultuur jaarlijks grote bedragen ontvangt, pleit hij voor een sterker sportbudget en extra ondersteuning van clubs. ‘Gezonde verenigingen zorgen voor een gezonde stad.’
Praktijkervaring bevestigt dat beeld. Tijdens een sportles voor 75-plussers hoorde hij hoe kleine inkomensverschillen bepalen of iemand wel of geen sportpas krijgt. ‘Eigenlijk moeten alle ouderen betaalbaar kunnen sporten. Dat voorkomt zorgkosten en vergroot welzijn.’
Samenredzaamheid in de straat
Naast wonen, zorg en sport kijkt Havelaar vooruit naar maatschappelijke weerbaarheid. Tijdens maandelijkse ontmoetingen met Amsterdammers hoort hij zorgen over crisissituaties en onderlinge hulp.
Dat leidt tot een nieuw idee: calamiteitenplannen per straat, gedragen door bewoners zelf en ondersteund door plekken als kerken en sportaccommodaties. ‘Iedereen koopt een noodpakket, maar de echte vraag luidt: helpen we elkaar als het nodig is? Daar wil ik naartoe werken.’
Met die nadruk op nabijheid, gemeenschapszin en praktische politiek probeert Rogier Havelaar het CDA opnieuw zichtbaar te maken in de stad. Niet vanuit het stadhuis alleen, maar juist tussen bewoners, op straat en in de wijk. ‘Politiek begint bij luisteren. Pas daarna volgen de plannen.’
foto’s Evelyn Bethume-Boerop



