Tijdens een debat met JA21 zei Halsema afgelopen week: „Is het in Amsterdam erger dan in andere steden? Nee, in Amsterdam ís er onderzoek gedaan onder jongeren dat in andere steden niet heeft plaatsgevonden. En dat geeft een vertekend beeld.”
Maar dat beeld is onjuist, meldt De Telegraaf. Zeven GGD’en legden rond dezelfde periode dezelfde vraag voor aan jongeren. In alle onderzochte regio’s daalde de acceptatie, maar nergens kwam die zo laag uit als in Amsterdam.
Amsterdam zakt naar 43 procent
Uit de Amsterdamse jongerenmonitor bleek dat in 2023 nog maar 43 procent van de jongeren het normaal vindt als twee jongens of twee meisjes verliefd op elkaar zijn. Twee jaar eerder was dat nog 63 procent. Daarnaast noemde 28 procent homoseksualiteit ronduit „verkeerd”.
De uitkomsten leidden tot landelijke onrust en waren voor het ministerie van Onderwijs aanleiding om aanvullend onderzoek te laten doen.
In Utrecht lag de acceptatie op 50 procent. In onderzochte delen van Gelderland lag het percentage tussen 56 en 73 procent. Amsterdam kwam daarmee duidelijk lager uit.
Halsema hield eerder dezelfde lijn vol
Het is niet de eerste keer dat Halsema de cijfers relativeert. Voor de camera van Nieuws van de Dag sprak zij eerder over een breder „literatuuronderzoek”.
Maar het percentage van 43 procent komt niet uit een literatuurstudie. Het komt uit een monitor waaraan meer dan 5.000 Amsterdamse jongeren deelnamen.
De woordvoerder van Halsema zegt dat zij destijds verwees naar een apart deelonderzoek van de Universiteit van Amsterdam dat wél een literatuurstudie was. Volgens het stadhuis kent de burgemeester de onderzoeken „juist goed”.
Landelijk beeld veel stabieler
Ook aanvullend onderzoek van de Universiteit van Amsterdam maakt het verschil met de hoofdstad opvallend. De UvA concludeerde dat de opvattingen van jongeren over lhbtiq+’ers tussen 2021 en 2024 landelijk „grotendeels stabiel” zijn gebleven. Er was alleen sprake van „een minimale verschuiving richting conservatievere opvattingen”.
Dat staat in scherp contrast met Amsterdam, waar de gemeten acceptatie in twee jaar tijd twintig procentpunt daalde. De onderzoekers spraken zelf van een opvallend verschil met „het overwegend positieve beeld uit andere representatieve studies”.
Enorme verschillen tussen Amsterdamse scholen
Ook binnen Amsterdam zijn de verschillen groot. Op de ene school vindt 89 procent van de jongeren homoseksualiteit normaal. Op een andere school is dat slechts 9 procent. In Nieuw-West, Noord en Zuidoost ligt de acceptatie onder de 30 procent.
De GGD ziet vooral lage acceptatie onder vmbo-leerlingen en jongeren met een niet-Nederlandse herkomst. Het landelijke UvA-onderzoek stelt dat migratieachtergrond op zichzelf geen doorslaggevende factor is. Religie heeft volgens de onderzoekers wel invloed. Vooral islamitische jongeren scoren gemiddeld terughoudender tegenover homoseksualiteit.
Gemeente erkent zorgen wel
De gemeente ontkent bij De Telegraaf niet dat de ontwikkeling ernstig is. Een woordvoerder noemt de dalende homoacceptatie in Amsterdam „al langer een grote bron van zorg”.
Wel blijft het stadsbestuur volhouden dat niet bewezen is dat Amsterdam als geheel slechter scoort dan andere grote steden, omdat steden als Rotterdam, Den Haag en Eindhoven niet allemaal op exact dezelfde manier zijn onderzocht.
Maar Halsema’s stellige uitspraak dat dergelijk onderzoek buiten Amsterdam niet heeft plaatsgevonden, houdt geen stand. Er zijn wel degelijk vergelijkbare GGD-cijfers en die laten zien dat Amsterdam juist opvallend laag uitkomt.



